Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

donderdag, juni 26, 2014

De minderheid krijgt altijd gelijk


Met een van mijn kinderen eet ik wel eens steak tartare. Rauw rundvlees, met een rauw ei. Vinden we heerlijk. Biologisch – maar het blijft een gemalen dood beest op je bord. Bij onze ‘Raw!’-selfies op Facebook wordt ‘Eng!’ en ‘Brrr...’ geroepen. Dan hebben we het erover of zijn kinderen ook nog vlees zullen eten. Eigenlijk kan ik me niet voorstellen dat wij over honderd jaar nog dieren eten. Dat is dan zo ‘Dat dóe je toch niet!’. Dat heet beschaving.

We zijn beschaafder dan in het stenen tijdperk. Dat komt omdat we steeds gevoeliger worden. Iemand denkt: ‘Dat kán toch niet?!’ en praat daarover met een ander. Als er genoeg mensen zijn die dat ook echt zo vinden, kan de stemming ‘zomaar’ omslaan. Omdat er een kritische massa is bereikt. Een magisch verschijnsel. Een onzichtbare hand die een systeem laat omslaan. Zo ging het met vrouwenemancipatie, gelijkberechtiging van homo’s en kiezen voor een vrijwillig levenseinde.  En op een dag kiezen we niet alleen onze burgemeester, maar ook onze premier en de aanvoerder van de Europese Unie. Zoals er op een dag ook een wereldwijd Schengen zal zijn. Als genoeg mensen het echt willen. Want een minderheid krijgt uiteindelijk altijd gelijk – als het een vooruitstrevende minderheid is. Vroeg of laat ‘verwandelt’ die minderheid in een meerderheid. Hoe dan ook.

Aan die stappen in onze beschaving – die terugkijkend volstrekt logisch zijn – gaat heel wat strijd vooraf. Dat komt omdat er twee soorten mensen zijn: vooruitstrevend en tegenstribbelend. De tegenstribbelaars houden het graag bij het oude en vertrouwde omdat ze in alle oprechtheid denken dat het hen zekerheid en veiligheid biedt. Ze krijgen de zenuwen van de persoonlijke vrijheid die de vooruitstrevenden ‘vooruitgang’ noemen. Terwijl die de hang naar traditie en respect voor het verleden ervaren als een sentimentele illusie van vertrouwdheid en geborgenheid. Met als extra tragiek voor de tegenstribbelaars dat ze uiteindelijk aan het kortste eind trekken. Want vooruitgang is nu eenmaal niet te stuiten. Daarom is het protest van de Russisch Orthodoxe Kerk tegen het Eurovisie Songfestival-optreden van Conchita Wurst zo hilarisch. Mannen met baarden in jurken die opgewonden raken van een man met een baard in een jurk. It’s all in your mind.

Niet lang geleden waren de doodstraf, kinderarbeid en slavernij hier volstrekt normaal. Tot iemand er een vraag over stelde. Wil je weten hoe het verder gaat? Luister naar kinderen. Want kinderen zijn goed in onbetamelijke vragen stellen: ‘Waarom eten we dieren?’ en ‘Waarom mag je niet wonen waar je wilt?’. Zij wijzen onbevangen de weg naar meer beschaving: ‘Waarom moet ik dingen leren die me niets interesseren?’ en ‘Waarom maken we mensen dood die we niet kennen?’. Zo zijn algemeen kiesrecht en onderwijs voor iedereen ook ‘normaal’ geworden. Omdat iemand dringend de ‘Waarom?’-vraag stelde. Diegene is per definitie in de minderheid. Maar als het een vooruitstrevende vraag is die vaak genoeg gesteld wordt, ontstaat er ‘vanzelf’ een meerderheid. Wonderlijk toch?

Verschenen in juni 2014 in magazine IDEE, het politiek-wetenschappelijke tijdschrift van de Mr. Hans van Mierlo Stichting, het wetenschappelijk bureau van D66.

dinsdag, juni 17, 2014

Jij bent verantwoordelijk voor je eigen leven. Wie anders?


Ik ben de enige die verantwoordelijkheid kan dragen voor mijn leven. En daar zit ik niet op te wachten. Ik zie er tegenop. Ik verlang terug naar een tijd dat anderen voor me zorgden. Maar dat is echt voorbij. Daar kan ik naar verlangen, maar dat maakt het alleen maar lastiger om te gaan staan voor mezelf en leiding te nemen over mijn eigen leven.

Als je geen verantwoordelijkheid neemt voor je eigen leven kan er van alles gebeuren waar je niet op zit te wachten. Een ander neemt het over. Je partner, je leidinggevende, een opdrachtgever. Dat kan een tijdje best lekker zijn. Het scheelt je tijd en energie. Iemand anders bedenkt en zegt wat er moet gebeuren en hoe dat gaat. Tot je je begint te ergeren. Of je begint te vervelen. Of je tekort gedaan voelt. Of je niet serieus genomen voelt. En dan heeft die ander het gedaan. Die speelt de baas, of ziet jou niet staan, of houdt geen rekening met je, of heeft geen respect voor je. Vind jij. Maar het enige wat die ander doet is de ruimte vullen die jij open laat.

Daarom hou ik op om me druk te maken over die ander. Het helpt me niet. Wat ik kan doen is mijn eigen ruimte innemen. Dan is er vanzelf minder ruimte voor die ander. En kom ik met die ander in een andere verhouding. Het kan even duren, want het systeem moet zich aanpassen, en het kan heel wat verwarring opleveren. Die ander kan zelfs zeggen dat ie zo niet verder wil. Maar uiteindelijk kom ik zelf in een nieuwe balans – waarin ik sta voor mijn eigen leven.




donderdag, juni 05, 2014

Niets doen is de belangrijkste bron van creativiteit. Uit pure verveling ontstaan de mooiste dingen.


Creativiteit heeft ruimte nodig. En ruimte kost tijd. Ik heb de neiging om mijn tijd vol te proppen. En dan heb ik geen ruimte meer voor 'niets'. Vaak uit angst voor verveling. Terwijl verveling juist een bron van creativiteit is.

Kijk eens naar kinderen, die hebben nog een ander – of zelfs geen – besef van tijd. Bij hen stroomt de creativiteit nog. Zij kunnen op de gekste gedachten komen – in de leegte waarin ze verkeren, dat 'niets' waarin tijd nog geen druk creëert.

Juist als ik niets doe, krijg ik de mooiste inzichten en de beste ideeën. Mijn leukste foto’s maak ik als ik doelloos rond loop. Loop te dromen – rondhang en nergens op uit ben. Dan vallen me dingen op die ik anders niet zou zien.

 Ik ga die ruimte maar eens organiseren. Het gaat zich vast een keer uitbetalen. En waarschijnlijk anders dan ik denk. Want zo werkt het nu eenmaal met creativiteit. En daarop vertrouwen. Dat is nog het lastigste.

dinsdag, juni 03, 2014

Vertel anderen wat hen bijzonder maakt. Word je zelf blij van.



Laatst nam ik ergens afscheid, na jaren van intensief en ook ingewikkeld samenwerken. Jaren van veel plezier en minstens evenveel gedoe. Ik twijfelde tussen deze mensen vaak aan mezelf en aan mijn kwaliteiten. Vroeg me vaak af of ik wel goed genoeg was voor dit werk. Allemaal onzekerheid. Nodeloos.

Nu namen ze de tijd om me uit te luiden. Ik viel van mijn stoel van verbazing over hun complimenten. Ze waren oprecht – ik zag vochtige ogen en hoorde een snik in stemmen. Dat ze zo blij met me waren heb ik nooit geweten. En ik had het graag eerder geweten. Ver voor mijn afscheid.

Anderen kunnen vaak beter vertellen wat jou bijzonder maakt dan dat je dat zelf kunt. Zij hebben niet de twijfels die jij wel over jezelf hebt. Zij stellen ook niet de eisen aan jou die jij wel aan jezelf stelt. Je hoeft niet te wachten op een afscheid. Je kunt er nu naar vragen. Laat je verrassen door hun kijk op jou.

Schrijf het op. Want je vergeet het weer zo: complimenten zijn lastig om te horen, en om op te slaan. Lees ze regelmatig even door. Laat tot je doordringen wat je goed doet. Hardop uitspreken versterkt trouwens het effect. Zo werk je aan je eigenwaarde. Jouw waarde in dit leven. Voor jezelf,  en voor anderen.

En vertel andere mensen ook wat hen bijzonder maakt. Ongevraagd. Het leukste kado dat je iemand kunt geven. Oprechte waardering van iemands kwaliteiten. Vooral als iemand daar zelf van denkt dat het normaal is. En je wordt er zelf blij van. Kadootje aan jezelf.
En vertel andere mensen ook wat hen bijzonder maakt. Ongevraagd. Het leukste kado dat je iemand kunt geven. Oprechte waardering van iemands kwaliteiten. Vooral als iemand daar zelf van denkt dat het normaal is. En je wordt er zelf blij van. Kadootje aan jezelf.

woensdag, mei 28, 2014

Verbaas je over het leven. Want het is te ingewikkeld om ooit te begrijpen.


Je kunt druk maken over het leven. Je opwinden en te hoop lopen. Het helpt niet – dat is wat ik ontdekt heb. Want het leven is bijvoorbeeld niet eerlijk. En loopt altijd anders dan je denkt. Daarom leg ik me erbij neer dat ik het nooit zal begrijpen. Het leven is te groot, te veel en te ingewikkeld om ooit te begrijpen. Alle verklaringen schieten tekort. Ze doen geen recht aan het onbegrijpelijke en het onvoorstelbare van het leven. Hoe alles samenhangt en hoe alles op elkaar inwerkt. Geen idee wat er allemaal gaande is. Hoe het echt in elkaar zit. Ik ga mijn dagen doorbrengen in verwondering. Ik blijf nieuwsgierig, maar zonder de illusie dat ik het ooit ga doorgronden. En zo krijg ik met de dag meer ontzag en respect voor de complexiteit en schoonheid van het leven. Ik geef me over. Witte vlag. Ik weet het niet.

maandag, mei 26, 2014

Je bent zoveel groter dan je denkt.


Mezelf klein denken. Ben ik goed in. En dan doe niet alleen mezelf tekort, maar ook de wereld om me heen. Want als ik denk dat ik niets te bieden heb, bied ik ook niets, waardoor anderen er ook niet van kunnen genieten. En krijg ik dus ook geen waardering, waardoor ik minder kan groeien en bloeien.

Mijn omgeving ziet vaak meer in me dan ik zelf. Ik heb dat niet in de gaten omdat ik het weinig hoor. Misschien omdat mijn omgeving weinig complimenteus is. Maar misschien ook omdat ik moeite heb om complimenten te ontvangen. Want wat is het lastig om een compliment echt helemaal binnen te laten komen!

Ik kan kiezen om zo groot te worden als ik ben. En mijn omgeving kan me bij helpen. Door me te vertellen wat zij zien als mijn belangrijkste kwaliteiten, wat zij ervaren ze mijn grootste kracht. Laatst gebeurde het me bij een afscheid. Mijn hoofd begon te tollen, mijn hart liep over – van wat me werd toegedicht.

Maar beter kun je niet wachten tot je ergens weggaat. Of tot je begrafenis. Laat het je eerder vertellen. Vraag er gewoon naar. Zo kun je werken aan je eigenwaarde. Een van de meest nuttige dingen die je kunt doen. En stap voor stap word je zo groot als je bent. Juist in je eigen ogen. 

donderdag, mei 22, 2014

Je weet meer dan je denkt. Niet met je hoofd. Met je gevoel.


Weten zit niet in je hoofd. Kennis wel. Maar kennis is iets anders dan weten. Weten gaat verder, is omvattender. Voor kennis is intelligentie nodig. Beter gezegd, analytisch vermogen. Maar weten gaat voorbij je hoofd. Weten is niet iets van de kenniselite. Weten gebeurt in alle kringen, weten is van alle rangen en standen. Weten is democratisch, kennis niet. Kennis kun je kopen, kennis is macht.

Weten heb je bij je en is onvervreemdbaar. Weten leer je in de loop van je leven. Daarom zijn oude mensen soms wijs. Maar evengoed zijn er wijze kinderen. Die daar overigens niet altijd om gewaardeerd worden. Misschien komt dat door het kennissysteem waar onze maatschappij op draait: hoe meer kennis, hoe meer macht.

Wat zou er gebeuren als er meer ruimte komt voor weten? Dat kun je zelf uitvinden. Boor je weten aan. Geef bijvoorbeeld je kinderlijke stukken de ruimte. Ga spelen. Want spelend als een kind weet je zo veel. En voel hoeveel je begrijpt van het leven als je spelend durft te vertrouwen op je diepe weten.

Of stel je voor dat je heel oud bent en niets meer hoeft. Dat relativeert enorm. Ineens weet je wat er toe doet, en wat niet. Of praat met kinderen zoals oude mensen dat kunnen. Vraag eens aan een kind: ‘Hoe doe jij dat nou?’ Verwonder je over hun wijsheid.

En je kunt oude mensen naar hun levenslessen vragen. En ze toepassen in je eigen leven. Nu al oefenen in levenswijsheid. Dan hoef je niet eerst zestig, zeventig of tachtig te worden voor je er voluit van kan genieten. 

vrijdag, mei 16, 2014

Wie heeft je ooit wijsgemaakt dat het leven leuk is? Maak het leuk.



Het leven moet leuk zijn. Daar hebben we recht op, lijkt wel. Maar dat kan helemaal niet. Het is een illusie dat het leven leuk is. Dan ontken je dat het leven ook eindig is, en dat je dat niet leuk vindt. Want het is niet leuk dat iets, wat leuk is, ophoudt. Van iets wat leuk is, wil je graag dat het doorgaat.

Maar het leven houdt op. Je wordt oud, je wordt ziek en je gaat dood. Het is niet anders. En soms word je al ziek voor je oud bent. Of ga je ineens dood. Het leven is niet leuk. Het leven kan wel mooi zijn, en rijk zijn. En daar kom je juist achter als het leven niet leuk is. Als mensen om je heen – of jij zelf – oud worden, ziek zijn en dood gaan. Tenminste, zo is het mij vergaan.

Ouderdom, ziekte en overlijden kan het mooiste boven brengen, de rijkste levenservaringen opleveren. Dan valt weg waardoor je je laat afleiden. Alle drukte en gedoe. De verveling en de ergernis. Als iemand ziek wordt en overlijdt, komt de liefde vrij die er altijd wel was maar niet werd uitgesproken en getoond. Dat beleefde ik toen mijn vader van de winter overleed.

Wonderlijk genoeg ervaarde ik toen dat ik leef. Omdat ik de liefde voelde stromen. Voor mijn vader die ziek was en dood ging, en voor degenen die daar het dichtst bij betrokken waren: mijn moeder, mijn kinderen, mijn broer, mijn familie. Toen voelde ik wat uiteindelijk het enige is dat telt in dit leven: liefde. Het leven is lang niet altijd leuk. Vaak zelfs niet. Maar je kunt het wel leuk maken. En mooi. En rijk. Als de liefde stroomt. Mag stromen, kan stromen. En ‘niet leuk’ kan daar bij helpen. Wonderlijk toch?

woensdag, mei 14, 2014

Beslissingen voor je uitschuiven. Het maakt je gespannen. En het lost niets op.


Niet beslissen, blijven twijfelen, de knoop niet doorhakken. Blijven hangen in het onbesliste. Ik loop ervan leeg. Want ik heb het de hele dag bij me. Het zuigt en het trekt. Ik loop rond met een wonderlijke spanning die zich niet oplost. Sterker nog, die zich langzaam opbouwt. En er zomaar uit kan knallen. Vaak op een onverwacht moment, en ook nog tegen iemand die er niets mee te maken heeft.

Het gebeurt in situaties waarin ik weet dat ik vooruit wil, maar niet durf. Als ik voel dat ik iets voor me uit aan het schuiven ben. Stoppen met iets, of beginnen met iets anders. Relatie, huis, werk – al die grote heftige beslissingen die soms ook nog tegelijkertijd op je af komen. Zich in het leven voordoen, aan je opdringen. Zoals nu bij mij.

Dan kan ik beter íets doen dan níets doen: ‘God zegene de greep.’ Het gevoel in mijn hart volgen en vertrouwen op het lot. Alles beter dan die spanning waarvan ik leegloop, of boos ga doen. Een grote, misschien wel onherroepelijke beslissing nemen voelt dan als in het diepe springen. En echt niet weten wanneer ik weer boven kom. Vertrouwend op een god, het lot, of hoe je het ook wilt noemen. Hopend op liefde en licht. Mooie woorden, die mij nu heel abstract klinken.

Wat mij wel helpt is ondertussen doorgaan met verstandig wikken en wegen, en mijn kop gebruiken waarvoor ‘ie bedoeld is: helder denken. En daar gelijk mee kappen als mijn hoofd het dreigt over te nemen met allerlei bangmakende gedachten. Noem het hoofd/hart-management. Je kunt het er maar druk mee hebben. Ik in ieder geval. Dagwerk lijkt het soms wel. Leven gaat niet vanzelf. 

maandag, mei 12, 2014

Afgewezen bij een sollicitatie? Je bent niet aangenomen. Dat is alles.

Afwijzing. Een dodelijk woord. Iemand zegt ‘Nee’ tegen me – over iets dat ik graag wil. Maar ben ik dan afgewezen? Met ‘afwijzing’ maak ik het persoonlijk.

Iemand anders was meer geschikt voor dat werk. Volgens een ander. Of die ander vindt mij niet geschikt. Dat kan toch? Dat hoef ik toch geen afwijzing te noemen? Het is al vervelend genoeg dat ik niet krijg wat ik graag wil – of denk te willen. Ik maak het alleen maar erger als ik het ook nog op mezelf betrek.

Hoofd omhoog en rug recht. Schouders naar achteren – alsof ik van achteren vooruit geduwd word – en weer verder. Naar een plek waar ik beter pas.

vrijdag, mei 02, 2014

Wat was de kleur van de ogen van de laatste die je gesproken hebt?


Iemands ogen. Persoonlijker kan niet. Niet voor niets zitten er op foto’s van criminelen zwarte balkjes voor hun ogen. Of dragen filmsterren grote zonnebrillen om niet herkend te worden.

Ik heb moeite om een ander echt aan te kijken. Aandachtig naar iemand kijken kan zelfs onbeleefd worden gevonden. En wat heb ik ondertussen een behoefte om echt gezien te worden.

Vandaag kijk ik iedereen die ik spreek aandachtig in de ogen. En zorg dat ik na elk gesprek de kleur van de ogen van de ander weet. Niet om de kleur ervan. Maar om de aandacht die ik voor de ander had. Benieuwd of het me lukt.

woensdag, april 30, 2014

Uiteindelijk is niets zo bevredigend als een ander blij maken.


Waar ik achter kom is dat ik uiteindelijk nergens zo blij van word als een ander blij maken. Het klinkt heel blij – en het is echt zo. Het zal wel met liefde te maken hebben, en misschien ook wel biologie zijn. Hoe dan ook, het voelt gewoon goed om te merken dat een ander blij word van wat ik doe en wie ik ben.

Ik ontdek dat als ik geef wie ik ben – mezelf ben – er altijd mensen zijn die daar blij van worden. Niet als kunstje, maar omdat ik ben wie ik ben, en daarmee geef wat ik te geven hebt. En daar maak ik anderen blij mee. Blijkbaar. Zoals anderen mij blij maken als zij geven wat zij mij te geven hebben: wie ze zijn.

maandag, april 28, 2014

Straks ben je er niet meer. Heb je dan geleefd? Gehouden van jezelf? Genoten van je leven?


Er bij stilstaan dat ik leef. Ik kan het niet genoeg doen. Want het leven vliegt voorbij. Voor je het in de gaten hebt ben je over de helft en kun je minder dan je wilt.

Daar zit misschien ook de crux. Gaat het om wat ik wil, of om wat ik ervan maak? Gaat het om wat ik doe, of om hoe ik me erbij voel? Gaat het om wat ik bereik, of om wie ik ben?

Ooit, straks, nu - terugkijkend op mijn leven doen de resultaten en de uiterlijkheden er niet meer toe. Dan telt hoe ik me gevoeld hebt. En hoe anderen zich bij mij gevoeld hebben.

vrijdag, april 25, 2014

Zie je hoeveel verder je bent dan vijf, tien, twintig jaar geleden?


Als ik het niet meer weet, en denk ‘Waar ben ik mee bezig?’, ga ik terug naar vijf, tien, of twintig jaar geleden. En vergelijk ik mijn leven toen met mijn leven nu. Dan zie dat ik mezelf ontwikkeld heb, wat ik geleerd heb en hoe anders ik nu in het leven sta dan toen.

Over vijf, tien of twintig jaar kijk ik ook zo terug op nu. Zo gaat het leven. Als je er middenin zit is het lastig te overzien. Zeker als het even tegenzit. Maar tot nu toe heb ik het gered. En waarschijnlijk heb ik voor hetere vuren gestaan.

Juist tegenslag is altijd weer een kans om een volgende stap te maken. Tegenslag roept het beste in me boven. Dan moet ik wel. En ik kan het. Dat blijkt keer op keer weer. Tegenslag als trigger om weer te gaan bewegen. Van tegenslag ga ik aan de slag. 





woensdag, april 23, 2014

Wees nergens op uit. Leef zonder bedoelingen. Heb geen agenda.


Nergens op uit zijn. Wat een rust zal dat mij geven. Geen bedoelingen hebben. Geen agenda. Dan kan ik open staan voor wat er op me af komt. Dan gaat meer dan ik ooit dacht vanzelf. Blijkt mijn leven een stuk moeitelozer te kunnen gaan dan ik tot nu toe vermoedde. Wat een geschenk – aan mezelf, van mezelf.

vrijdag, april 18, 2014

Twijfel je of je iets kunt? Kijk eens wat je tot nu toe bereikt hebt. Daar twijfelde je ook aan.


Twijfelen doen we allemaal. De een nog meer dan de ander. Ik kan me helemaal gek twijfelen. Met name over wat ik kan, of juist niet kan. Want ik denk dat ik heel veel niet kan. En ben bang ik het niet trek. Dingen die ik nog nooit gedaan heb, die een stap verder gaan, een maatje groter zijn.

Hoe langer ik denk, hoe minder ik kan. Verlammend is dat. Het maakt me klein. Misschien hou ik er daarom van dat iets me overkomt. Dan heb ik niet de kans om te twijfelen. En kom ik niet in die mallemolen van twijfels terecht. Kan ik dat wel? Trek ik dit wel? En wil ik dit wel?

Wat mij helpt is terugdenken aan wat ik bereikt heb. Bereikt in mijn leven. Wat ik tot nu toe ondernomen heb. Of wat me ‘zomaar’ gebeurd is, waardoor mijn twijfel geen kans had. Aan veel van wat ik bereikt heb twijfelde ik toen ook. Of zou ik getwijfeld kunnen hebben. En toch is het gelukt, en is het goed gekomen.

Als ik in mijn grootste twijfel zit is het lastig om die herinneringen terug te halen. Dat het toen ook lukte. Of toch goed afliep, ondanks mijn twijfel. En herinneren helpt me dan echt. Wat goed werkt is als anderen me helpen en het me vertellen: ‘Weet je nog wat je toen deed? Hoe je dat voor elkaar kreeg?’.

Fijn, als anderen het mij vertellen. Maar ik kan het ook zelf. Gaan zitten en terughalen wat me in mijn leven gelukt is. Me herinneren dat ik toen ook twijfelde, of beseffen dat ik toen ook had kunnen twijfelen. Dan weet ik weer: die twijfel hoort er blijkbaar bij. En toen ging ik ondanks mijn twijfel toch door.

Dat kan nu ook. Een volgende stap zetten. Want dat is leven. Blijven bewegen. En meebewegen. En twijfel hoort daar bij. Het leven kan van mij zelfs volledige overgave vragen. En dan wordt de twijfel nog groter. Als ik echt niet weet waar ik dan terecht kom.

Dat vraagt veel vertrouwen. Vertrouwen in het leven. Dat het leven goed is. Dat ik ook in de grootste tegenslag wel een lichtpuntje kan ontdekken. Dat er altijd ergens nog een doorgang is. Ook al is ie piepklein. Of de oplossing om een hoekje ligt. Buiten mijn zicht, maar binnen mijn bereik.

Gek genoeg helpt mij dan het besef: Ik ga er niet over. En: Ik geef me over. Aan iets groters. Voor mij te groot en te ingewikkeld om ooit te begrijpen. Het leven zelf. Overgave aan het leven. Misschien heel kinderlijk. Of juist heel volwassen? Ik weet het niet.

woensdag, april 16, 2014

Moedig je jezelf aan zoals je je eigen kind zou aanmoedigen?


Aanmoediging. Ik kan er niet genoeg krijgen. Ik heb er niet genoeg van gehad. En heb het nog steeds nodig. Maar inmiddels ben ik geen kind meer. En toch voel ik nog die behoefte om aangemoedigd te worden. Ik kan me doodalleen en verschrikkelijk onzeker voelen als het niet gebeurt. Of boos en teleurgesteld, niet gezien of in de steek gelaten. Maar dat gaat me niet helpen en ik word er geen leuker mens van. Mensen kunnen me zelfs mijden als ze voelen dat ik teveel aandacht van ze wil.

Wat mij helpt is mezelf aanmoedigen. Alsof ik het tegen een kind hebt. Mijn eigen kind. Dat klinkt misschien raar. En het voelt in het begin ook raar als ik hardop tegen mezelf zeg: ‘Dat doe je goed André!’ Maar ik hou het nu al een tijd vol en ik ga het vanzelf meer doen. Want tegen mezelf praten werkt. Mijn eigen naam horen doet me goed. Ik wacht niet meer op een ander om te krijgen wat goed voor me is. Ik geef het aan mezelf. Moedig mezelf aan. En ik merk dat ik vanzelf ook anderen ga aanmoedigen. En dat doet niet alleen die ander, maar ook mij ook weer goed. 

maandag, april 14, 2014

Er is er maar een zoals jij. En ben je die ook?


Ik wacht niet op een ander. Ik vraag het niet aan een ander. Ik hang me niet op aan een ander. Ik leun niet op een ander. Ik sta op eigen benen. Ik neem verantwoordelijkheid voor mijn leven. En ik geniet van mijn vrijheid. Want er is er maar een zoals ik. Jaja. Nu nog doen.

Ik vind het niet leuk om mezelf te zijn. Want het is doodeng. Toch verlang ik ernaar. Enorm. Anderen ook trouwens: ‘Waar ben je?’ hoor ik. Vrienden missen me. ‘Waar is de André die... ‘ En dan komen verhalen over uitgesproken en uitgelaten zijn. En ondernemend, meeslepend.

Beter begin ik weer mezelf te zijn. Ga ik er weer plezier in krijgen. Want het levert veel op. Zelfstandigheid en autonomie. Uiteindelijk vrijheid. En ja, dat betekent altijd weer verantwoordelijkheid. Die vervelende verantwoordelijkheid. Die schrikt me af. Daar blokkeert het.

Maar wat is er vervelend aan verantwoordelijkheid – als ik er vrijheid mee verdien? Ik ga verantwoordelijkheid nemen voor wie ik ben. Want dit ben ik. Het is niet anders. Dit is zoals ik gebakken ben, dit is de vorm waarin ik gegoten ben. En ja, ik ben anders dan anderen. Net als ieder ander trouwens.

Maar ik ben bang. Bang dat iemand me niet aardig zal vinden. Bang dat ik niet begrepen word. Bang dat ik niet mee mag doen. Bang dat ik niet gezien, of zelfs afgewezen word. Bang voor het oordeel van anderen. Een oordeel dat er niet is, maar dat ik zelf creëer. In mijn hoofd.

Ik kan kiezen. Mijn eigen leven gaan leiden, mijn eigen keuzes maken, mijn eigen plan trekken –  en vanuit die eigenheid met anderen samen leven. Gerespecteerd worden om wie ik ben. Wellicht ook gewaardeerd worden. En vooruit, misschien zelfs wel geliefd zijn.

Maar ik kan ook blijven hangen in mijn angst om mezelf te zijn. In mijn angst om uitgesproken en uitgelaten te zijn. Bang om te doen waar ik zin in heb, omdat ik er plezier in heb. Bang omdat ik denk dat er misschien mensen zijn die het niet leuk zouden kunnen vinden.

Het zou wel eens mee kunnen vallen. Ik kan niet met iedereen vrienden zijn. Maar ik kan wel veel betere vrienden worden met wie mijn vrienden al zijn. Want die willen maar één ding: dat ik ontzettend mezelf ben. Met alles erop en eraan. Dat zijn vrienden. Echte vrienden.

vrijdag, april 11, 2014

Niemand verwacht dat je alles weet en alles kan. Waarom jij dan wel van jezelf?


Gek kun je jezelf maken door aan jezelf eisen te stellen die niemand aan je zal stellen – behalve jijzelf. Hou daar mee op. Want je maakt er niet alleen jezelf gek mee, maar ook je omgeving. Je raakt er gespannen van, en schept spanning om je heen. Niemand zit te wachten op iemand die alles perfect moet doen van zichzelf.

Zou je het zelf willen, een zenuwlijder als collega? Iemand die zich op voorhand verontschuldigt dat het niet perfect is? Of niet op kan houden en maar door blijft gaan? Daar word je toch doodmoe van, zo iemand om je heen? En jij, als perfectionist, wordt weer doodmoe van jezelf. Tenminste, ik wel. Doodmoe van mezelf en mijn eigen neuroses.

Het is nog maar de vraag of je het echt zelf bent die dit wil. Of je het zelf bent die zichzelf zo voortdrijft. Of zijn het stemmetjes van ooit? Herinneringen uit een tijd waarin je dacht dat het goed was om zo je best te doen. Misschien om in de smaak te vallen, om gewaardeerd te worden. Het werkte toen, ooit. Nu keert het zich tegen je, omdat je het niet meer trekt. De spanning van alles moeten weten en alles moeten kunnen is gewoon teveel.

Wat ik ontdek: ik kan ermee ophouden als ik besef dat het een gewoonte is. Ik ben het niet, ik ben het gaan doen. Dat betekent dat ik er ook mee kan ophouden. Als ik vind dat het niet meer nodig is. Nee, niet dat stemmetje. Ik zelf. En ja, dat is hard werken. Maar anders werken. Werken aan mijn bewustzijn. En ja, dat houdt nooit op. Het is nooit klaar. Extra uitdaging voor de perfectionist die ik ben. Leren zeggen: ‘Zo! Dit is voor nu goed genoeg.’

maandag, april 07, 2014

Zeg dat je iets stoms deed. Voor een ander het zegt.


Stomme dingen doen we allemaal. Niets bijzonders. Toch hebben we de neiging om ze voor ons te houden. Je schaamt je, of je voelt je schuldig. Niet geleerd dat je fouten mag maken. Dat het er zelfs bij hoort. We hebben ook de neiging om fouten te verdoezelen. Niet geleerd om ergens ronduit voor uit te komen. Misschien het voorbeeld gehad van wegduiken, of van ‘niets aan de hand’.

Hoe dan ook, je neiging is jezelf stom te vinden als je iets stoms gedaan hebt, en het niet te vertellen. Maar ja, de waarheid komt meestal, vroeg of laat, toch wel aan het licht. En dat weet je. Je bent er bang voor. Het effect is dat je rondloopt met de gedachte dat op een dag uitkomt wat je voor stoms gedaan hebt. En dat kost energie. Het zet je relaties onder druk. Het kan je zelfs relaties kosten. En dat allemaal omdat je niet durfde vertellen wat je gedaan hebt. Alsof je een kind bent dat bang is voor straf.

Maar je bent nu volwassen. Vertel direct aan iedereen die het aangaat wat er aan de hand is. En je zult zien, je krijgt geen straf. Het kan je zelfs respect opleveren. Heb je iets stoms gedaan? Zeg het. Niets zeggen, dat is pas stom.

Ik heb de neiging om niks te zeggen. Maar dan blijf ik er mee rondlopen. En het zeurt ondertussen wel. Achtergrondruis. Of om het weg te stoppen. Alsof het daarmee verdwijnt. Nee, het blijft aanwezig. En altijd de angst dat het boven komt. Dat iemand er over begint. Dus me al op voorhand schrap zetten. Wat een energieverspilling.

En hoe het komt? Het komt, denk ik, niet zozeer omdat ik nooit iets fout mocht doen. Het komt vooral ik van mezelf altijd alles goed moet doen. Omdat ik van mezelf geen fouten mag maken. Ik ben een stuk meer ontspannen sinds ik dat wel mag. En zo snel mogelijk toegeef dat ik iets stoms gedaan heb. Waarbij je je nog kunt afvragen in hoeverre iets stoms doen ‘fout’ is. 

vrijdag, april 04, 2014

Als je iets doet doe het goed


woensdag, april 02, 2014

Je kunt meer dan je ooit kan bedenken.


In ons hoofd zitten onze grootste beperkingen. Daar denken we te weten wat wel en niet kan. Vooral hoe het niet kan. Hoe het al of niet zit. Vooral niet zit. Zoals we ooit dachten dat aarde zo plat is als een pannenkoek. Waar je van de rand kon vallen.

We zijn tot grootste dingen in staat. In het klein en in het groot. Als je zou weten wat, zou dat je zo bang kunnen maken dat je gelijk afhaakt. Beter weet je het niet. Ga het maar doen. En gebruik daarbij je hoofd. Niet om jezelf te beperken. Maar om helder te denken en vooruit te komen.

maandag, maart 31, 2014

Als je nu ongebonden was, wat zou je dan doen?


Je kent het wel. Periodes in je leven dat je ongebonden was. Momenten dat je bij jezelf te rade moest gaan. Soms lastig, omdat je alleen moest beslissen. Tegelijkertijd makkelijk, want je hoefde met niemand rekening te houden. Vaak wist je het wel. Misschien was je wel verbaasd hoe zeker je van je zaak was. Je deed op je gevoel wat goed voelde.

Wanneer je je meer gebonden voelt – door een relatie, kinderen, collega’s – kan het lastig zijn om keuzes te maken. Gewoon omdat er anderen zijn om rekening mee te houden. Dat kan je blokkeren. Je kunt jezelf daarin ook vergeten, wegcijferen. Teveel rekening houden met anderen – waardoor je zelf tekort doet of in de knel komt. Uiteindelijk word je chagrijnig of teleurgesteld. Omdat je niet aan je trekken komt. Je kunt je zelfs een slachtoffer van je omgeving gaan voelen en met hen ruzie krijgen. Want zij zijn het die jou binden, denk je. Het kan hoog oplopen. En dat allemaal omdat je moeite hebt om goed voor jezelf te zorgen. Terwijl je prima weet wat je nodig hebt. Want wat zou je doen als je ongebonden was? Meestal is dat prima om te doen. En je hoort het wel als het echt niet kan.

Je gebonden voelen begint met je verbonden voelen. Bij mij in ieder geval wel. Zonder dat ik het in de gaten heb ga ik rekening houden met de ander. Beter gezegd, ga ik invullen wat ik denk dat de ander wil. Om vervolgens te doen wat ik denk dat de nader wil – zonder dat ik nog doe wat ik zelf wil. Terwijl ik helemaal niet weet wat de ander wil. Ik denk het te weten. Maar meestal klopt het niet. Die ander wil juist dat ik doe wat ik zelf wil. Of wil dat ik in ieder geval weten. Maar het kwaad is al geschied: ik doe iets wat ik zelf niet wil. Sterker nog, eigenlijk niet wil, maar wel denk te willen – omdat ik denk dat de ander het wil. Hoe ingewikkeld kun je het maken?

Terug naar eenvoud. Check bij jezelf wat je wilt. Wat voelt goed? Deel dat met de ander. Zonder van die ander instemming of toestemming te willen krijgen. Laat je verrassen door wat die ander wil. Misschien wel iets waar je zelf nog niet opgekomen was. Stem het af. En blijf checken wat voor jou goed voelt. Blijf bij jezelf terwijl je meebeweegt met de ander. In vrijheid verbonden. Dan heb je ook wat te geven. En waar doet dat toch aan denken. Inderdaad. Goeie seks. 

maandag, maart 24, 2014

Is dit ook belangrijk als je binnen een jaar dood bent?


De meeste dingen waar we ons druk over maken hebben weinig om het lijf. We vinden het ontzettend belangrijk als we er midden in zitten. Maar vaak denk je de volgende dag al: Was dit echt zo belangrijk? Moest ik me daar zo nou druk over maken? We verdoen er veel tijd aan.

Een manier om zin en onzin te onderscheiden is je steeds af te vragen: 'Maak ik me hier ook druk over als ik over een jaar dood zou zijn?' In veel gevallen – heel veel gevallen! – verdwijnt de drukte dan vanzelf. Het blijkt allemaal veel betrekkelijker te zijn dan je dacht. Je kunt makkelijker laten gaan. Je gelooft het wel. Het is de moeite niet waard. Je houdt tijd over voor zaken die er wel toe doen. Misschien ontdek je zelfs dat je je zo druk maakte om maar bezig te zijn, dat je niet anders kon. 

In de ruimte die zo ontstaat ontdek je ook zaken die wel de moeite waard zijn. Zaken waar je tot nu toe niet aan toe kwam omdat je zo in beslag genomen was door drukte om niets. Wezenlijke zaken. Zaken die ergens over gaan. Over wat jij toe kunt voegen. En om herinnerd kan worden als je er niet meer bent.

vrijdag, maart 21, 2014

In je hoofd zit geen leven.


Bijna alles in onze maatschappij is gericht op ons hoofd. We heten niet voor niets een kenniseconomie. Aan ons hoofd hebben we onze welvaart te danken. Toch zit in ons hoofd geen leven. In je hoofd voel je niets. Ja, hoofdpijn. Maar geen bruisend leven. Dat zit op andere plekken in je lijf.

Wandelen, rennen, fietsen, zwemmen, dansen, zingen, vrijen, dat doe je met je lijf. Je hoofd kan daarbij zelfs in de weg zitten. Want in je hoofd zitten behalve je hersenen ook hersenspinsels. Zorgen zitten daar boven. Ze kunnen eruit komen via je lijf, maar ze beginnen in je kop. Vandaar kopzorgen. Je hebt er niets aan. En door te denken gaan ze niet weg. Sterker nog, ze worden er groter door.

Verplaats je aandacht naar je lichaam. Wandel, ren, fiets, dans, zing, vrij zoveel als goed voor je is. Meestal is dat meer dan je denkt. Veel meer. Zo kun een begin maken met in balans komen. Dan is er ruimte voor de vraag waarom je zo weinig beweegt, zo weinig buiten bent, zo’n onnatuurlijk leven leidt. Dat zit in je hoofd. Daar heb je bedacht dat andere dingen belangrijker zijn.

Maar wat is nou belangrijker dan je gezondheid? Al kom je daar soms pas achter als je ziek bent. En daar wil je toch niet op wachten?

dinsdag, maart 18, 2014

Van wie moet dit?


‘Van wie moet dit?' Irritante vraag. En de kans is groot dat het antwoord luidt: ‘Van niemand’. Dit moet van helemaal niemand. Behalve van jezelf. Jij bent waarschijnlijk zelf de grootste slavendrijver die je kent. Al zul je misschien zelf denken dat er nog grotere slavendrijvers zijn. Waarschijnlijk de mensen waarvan je het hebt overgenomen. Of waarvan je het voorbeeld hebt uitvergroot.

Ga bij jezelf eens na: is er nu iemand die zegt dat je dit moet doen? Is het antwoord ‘Ja’, ga daar dan mee in gesprek. Goeie kans dat het antwoord ‘Nee’ is. Ga dan bij jezelf te rade. Welke stemmetjes vertellen je dit? Waar komen die vandaan? Je hebt ze blijkbaar in je, want je hoort ze. Maar zijn ze ook echt van jou? Of zijn het misschien stemmen van ooit? Stemmen van mensen die je hebben grootgebracht – stemmen uit je jeugd, die je opgeslagen en overgenomen hebt?

Hoe dan ook, en waar die stemmen ook vandaan komen, je bent nu een volwassen mens. Wil je nog bepaald worden door anderen dan jijzelf? Je hebt nu een keuze. Je had geen keuze toen je die stemmen voor het eerst hoorde, misschien wel dagelijks meemaakte. Nu wel. Het is jouw leven. Leef het. Voel je vrij om te doen waar je zin in hebt – omdat je er blij van wordt. Leid je eigen leven. Jij bent de baas. Niemand anders.

En ja, makkelijker gezegd dan gedaan. Want was is het lastig. Ik loop dan aan tegen mezelf. Tenminste, tegen wie ik aanzie voor mezelf. Want het kan niet waar zijn dat ik iemand ben die zichzelf voortdrijft. Ten diepste ben ik dat niet. Ik heb het overgenomen en aangeleerd. En toegeven, het heeft me een eind gebracht. Maar inmiddels ook op een plek waar ik niet langer gelukkig wordt. En dan moet ik oppassen dat ik anderen daar niet de schuld van geef. Maar ik was het echt zelf die mezelf tot hier voortgedreven – althans, dat stemmetje in mij.

Wat mij helpt als ik mijn slavendrijver stil wil krijgen zijn twee dingen. Het echt helemaal zat zijn om te leven zoals ik leef. En een diep gevoeld verlangen naar een ander leven. In eerste instantie wordt de stem, die met tot hier gebracht heeft, dan alleen maar sterker: Doe het niet! Je weet niet wat je weggooit! Hoe moet het dan verder?! Geen idee, eerlijk gezegd. Maar ik wel weet: wat ik doe wil ik niet meer. En hoe meer ik die gedachte durf toe te laten hoe meer ruimte ik voel ontstaan voor wat ik wel wil. Spannend. En benieuwd.

vrijdag, maart 14, 2014

Op je levenspad #4


Je levenpad bewandel je in je stoffelijk omhulsel. Dat eerst nog groeit en bloeit. En daarna krimpt en verdort. Het is niet anders. Maar binnen dat omhulsel, verborgen in het stof, gebeurt er wat anders. Daar gaat dat groeien en bloeien door. Tenminste, dat kan. Als jij dat wilt. Dat heet ontwikkeling. Lichamelijk takel je hoe dan ook af, geestelijk kun je nog heel ver groeien. Je lichaam, daar ga je niet over, net zomin als de omstandigheden. Maar je geest is een ander verhaal. Die kun je zelf ontwikkelen en sterken. Juist als de omstandigheden tegenzitten. Of als je lichaam het laat afweten. Dan kun je je eigen geestkracht ontdekken. Een kracht die niemand je kan afnemen. Een kracht die groter is dan jezelf.  Groter dan wie jij voor jezelf aanziet.

donderdag, maart 13, 2014

Op je levenspad #3


De loop van je levenspad ken je niet. Terugkijkend wel, vooruitkijkend niet. Je probeert vooruit te zien, te voorzien, maar het leven loopt altijd anders dan je denkt. Wat je denkt zijn alleen maar projecties van je bewuste verlangens. Wat je werkelijk wilt, of wat het leven met je voor heeft – het is maar hoe je het bekijkt en waar je in gelooft – daar heb je meestal geen idee van. Soms een vermoeden, maar ook niet meer dan dat. Je weet ‘s morgens echt niet hoe een dag eindigt. Je kunt zomaar op een operatietafel komen te liggen, ander werk aangeboden krijgen, of de liefde van je leven tegenkomen. Een ding is zeker, het gaat altijd anders dan je denkt. Net het weer, uiteindelijk niet te voorspellen. Gelukkig maar, want wat zou het saai worden.



woensdag, maart 12, 2014

Op je levenspad #2


De kunst is ieder je eigen pad te lopen. Al is dat soms niet leuk. Want je voelt misschien de druk om samen te lopen. Uit jezelf, vanuit de ander, of vanuit je omgeving. Je zou liever samen op lopen maar weet niet hoe. Of ‘het hoort’ dat je samen oploopt, maar het voelt niet goed. Maar soms is het nodig, ook al loop je in dezelfde richting, om in je eentje te lopen. Of om een omweg te maken. Gun het jezelf, gun het de ander. En dat is lastig als een van de twee graag samen op zou lopen. Of, als in de uitdrukking, met de ander zelfs wil ‘lopen’: een relatie wil. Dat kan zaken ingewikkeld maken. ‘De ene die wil een ander, maar die ander wil die ene niet. De ander wil een ander, maar die ene heeft verdriet,’ zoals Ramses Shaffy al zong. Het kan je dagen verpesten, en je kunt jezelf er doodongelukkig mee maken. Maar bottomline is: Ben je echt blij met je eigen levenspad? Dan ben je vanzelf blij dat ieder ander zijn eigen pad heeft. Ook al loopt dat anders dan jij misschien zou willen. Kun je je overgeven aan je eigen pad? Hoe dat ook loopt? En waar het je ook brengt? 


Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More